Nieuws
- 06/12Stelsel voor arbo-certificaten minder vrijblijvend
- 04/12SER pleit voor goed werkend stelsel voor gezond en veilig werken
- 29/11'Verdeel loonkosten bij arbeidsconflict'
- 27/11'Werkgever mag zich bemoeien met ongezonde leefstijl werknemer'
- 20/11Burn-outklachten bij hoge werkdruk en bij weinig sociale steun
- 19/11Meer en langer verzuim door depressiviteit
- 15/11FNV wil werkstress aanpakken
- 15/11Ziekteverzuim en productiviteitsverlies door financiële problemen werknemers
- 13/11Verzuim en arbeidsongeschiktheid daalt 1e helft 2012
- 13/11Werkend Nederland komt tijd te kort
Nederlandse werkvermogen onderzocht
- 06/12/11
- Redactie
Stichting Blik op Werk heeft een eerste analyse gedaan op de door haar beheerde landelijke WAI-database. In de database zijn gegevens over het werkvermogen van inmiddels zo'n honderdduizend Nederlandse werknemers opgeslagen. Deze gegevens zijn verzameld met de zogeheten Work Ability Index (WAI), een methode om te meten of werknemers lichamelijk en geestelijk in staat zijn hun werk te doen, nu en in de toekomst. Gemiddeld is het werkvermogen van de Nederlandse werknemers goed maar de individuele verschillen zijn groot .
Individuele verschillen
Bij de goede gemiddelde score zijn echter wel een aantal belangrijke kanttekeningen te plaatsen. Zo’n 15% van de werkende Nederlanders heeft een slecht tot matig werkvermogen. Dat betekent dat er een (groot) risico is dat zij uit het arbeidsproces vallen of inschatten dat de door hen vervulde functie in de komende jaren te zwaar zal zijn. Bovendien is de spreiding rond het gemiddelde groot. Er bestaan grote individuele verschillen als het gaat om de vraag of men daadwerkelijk gezond aan het werk kan blijven. Wil men investeren in duurzame inzetbaarheid van werknemers, het gezond aan het werk blijven, dan zal vooral maatwerk geleverd moeten worden Er is geen gemakkelijke remedie die ervoor zorgt dat het werkvermogen van elk individu goed blijft of verbetert. Langer gezond doorwerken vereist inzet van werkgever en werknemer.
Niet iedere sector hetzelfde
Ook tussen sectoren bestaan duidelijk verschillen. Van alle in de database onderscheiden sectoren scoort het onderwijs in alle leeftijdscategorieën het slechtst. Ook de sector gezondheidszorg en welzijn scoort relatief laag. Dit betekent dat het risico voor deze sectoren groter is dat mensen uit het arbeidsproces vallen door ziekte of arbeidsongeschiktheid of elders een baan zoeken. Dit is zorgwekkend gezien het tekort aan arbeidskrachten dat in deze sectoren door de vergrijzing van de beroepsbevolking wordt verwacht.
Mannen en vrouwen
Het werkvermogen van werknemers toont ook verschillen naar geslacht. Voor alle leeftijdscategorieën ligt het werkvermogen van vrouwen lager dan dat van mannen. De reden voor dit verschil kan op basis van de in de databank opgeslagen gegevens niet worden vastgesteld. Wellicht dat dit samenhangt met de aard van de functies die vrouwen vervullen, de combinatie van werk en privé of de mogelijkheid zich vanuit de functie die men heeft door te ontwikkelen. Voor een meer specifieke verklaring is nader onderzoek nodig.
Relatie met opleiding
Aan het begin van de arbeidscarrière correspondeert de mate van werkvermogen in hoge mate met het opleidingsniveau. Hoe hoger de opleiding, hoe hoger het arbeidsvermogen. Voor de meeste opleidingsniveaus blijft dit patroon bestaan, naarmate de leeftijd vordert. Voor de werknemers met een HBO-opleiding is dat patroon anders: tussen de 35 en de 44 jaar begint het werkvermogen van deze werknemers aanzienlijk sneller te dalen. Wellicht dat ook hier een verklaring moet worden gezocht in het feit dat voor HBO-functies de ontwikkelingsmogelijkheden beperkter zijn of dat in sectoren waar het werkvermogen lager dan gemiddeld scoort juist relatief veel HBO-functies te vinden zijn. Nader onderzoek naar deze vraag is nodig.
Werkvermogen ouderen goed maar...
Als werkvermogen bekeken wordt naar leeftijdscategorie, scoren oudere werknemers (55+) goed. Deze trend wordt ook in internationaal onderzoek gevonden. Enerzijds is dat verheugend: zij die nog werken blijken op het punt van werkvermogen niet onder te doen voor jongere werknemers. Er is hier echter wel een belangrijke ‘maar’ aan verbonden. Een belangrijk deel van deze trend kan worden toegeschreven aan het ‘healthy worker effect’: veel collega’s hebben rond hun 55 levensjaar het arbeidsproces al hebben verlaten.
Conclusie
Samenvattend: op het eerste gezicht lijkt het erop dat we als Nederland op het gebied van werkvermogen geen slecht figuur slaan. Gemiddeld gezien lijkt langer doorwerken, als het om werkvermogen gaat, mogelijk. Als dieper naar de achterliggende gegevens gekeken wordt, is er geen reden tot zelf genoegzaamheid. De individuele verschillen zijn groot. Sommige sectoren scoren duidelijk slechter dan anderen. Ondanks het relatief hoge gemiddelde is er een aanzienlijk deel van de werkende Nederlandse beroepsbevolking (15%) die zijn werkvermogen als slecht tot matig ervaart. De opdracht is dus – zeker in het licht van langer doorwerken – behoud van het werkvermogen als dit uitstekend tot goed is, verbeteren waar het slecht tot matig is en bovenal uitval voorkomen.
Bron: Stichting Blik op Werk