Nieuws
- 22/05Het Nieuwe Werken heeft juridische haken en ogen
- 21/05Flexwerkers lopen meer gezondheidsrisico's
- 17/05Werknemers melden zich vaker ziek
- 17/05Het Nieuwe Werken drijft manager tot burn-out
- 15/05Het Nieuwe Werken is Balanceren
- 14/05Minder verzuim na bezoek bedrijfsarts
- 13/05Zeven argumenten om langdurige hoge werkdruk te voorkomen
- 10/05Jongere heeft helemaal geen last van 'technostress', of wel?
- 10/05Angst voor ontslag houdt werknemer wakker
- 10/05Werkgever krijgt schuld voor gebrek aan evenwicht tussen werk en gezin
Veel potentieel op de arbeidsmarkt onbenut
- 23/07/12
- Redactie
Focus als werkgever ook op werknemers die weliswaar naar behoren, maar nog niet optimaal functioneren. Dat schrijft arbeidspsychologe Else Ouweneel in haar proefschrift waarop ze onlangs promoveerde aan de Universiteit Utrecht. Ouweneel: “Ongeveer 10% van de beroepsbevolking heeft burn-out klachten. Met ongeveer 90% van de Nederlandse beroepsbevolking is niets ernstigs aan de hand. Deze groep is echter niet noodzakelijkerwijs bevlogen, wat veel onbenut potentieel op de arbeidsmarkt tot gevolg heeft.”
Uit eerder onderzoek blijkt al dat bevlogen werknemers een betere gezondheid hebben, sneller herstellen, beter presteren, meer tevreden klanten hebben en bovendien hun collega’s ‘besmetten’ met hun enthousiasme. “Werknemers trainen om meer bevlogen te zijn is dus zinvol”, geeft Ouweneel aan.
Zelfvertrouwen, optimisme en hoop
De arbeidspsychologe onderzocht welke individuele kenmerken tot bevlogenheid leiden. “Zelfvertrouwen, optimisme en hoop bleken belangrijke voorspellers van bevlogenheid te zijn. Maar andere factoren zijn ook van belang: je op je gemak voelen op je werk bijvoorbeeld.” Werknemers die zich op hun gemak voelen, kunnen vervolgens onder meer gemakkelijker aan hun zelfvertrouwen bouwen. Dat leidt weer tot een verhoogd niveau van bevlogenheid.
Trainingen
Ouweneel ontwikkelde en evalueerde ook individuele bevlogenheidbevorderende trainingen. Deze trainingen lieten deelnemers meer positieve emoties ervaren, waardoor ze persoonlijke hulpbronnen opbouwden. Op die manier werd getracht tevens het niveau van bevlogenheid van de werknemers positief te beïnvloeden.
Verhoging bevlogenheid
De trainingen bleken zinvol in de bevordering van (de voorspellers van) bevlogenheid: de werknemers die weinig bevlogen waren ondervonden positieve effecten van de training. Daarbij plaatst Ouweneel wel een kanttekening: “Juist de bevlogen werknemers maakten de training vaker af, maar positieve effecten op hun niveau van bevlogenheid bleven uit.” Er ligt volgens Ouweneel daarom een belangrijke taak voor trainers en leidinggevenden om vooral de werknemers die weinig bevlogen zijn te enthousiasmeren om deel te nemen aan bevlogenheidbevorderende trainingen.
